Leestijd: 5 minuten
Door: Heijplaat Online
Laatste update: 8 augustus 2026, 17:43
Wie vandaag door de Zaandijkstraat loopt, moet misschien twee keer kijken. De plek waar negen jaar geleden een enorme vuurzee woedde, is veranderd. Geen zwartgeblakerde ruïne meer, geen gapend gat waar ooit het dak zat. Achter de historische muren van de voormalige Julianakerk staan nu nieuwe woningen. Er wordt gewoond.
Op 6 augustus 2017 zag Heijplaat hoe een stukje van zijn geschiedenis in enkele uren verloren leek te gaan. Vandaag, precies negen jaar later, vertelt dezelfde plek een heel ander verhaal.

De nacht waarop Heijplaat wakker werd gehouden
Het is zondagavond 6 augustus 2017 wanneer de eerste meldingen binnenkomen. De Julianakerk aan de Zaandijkstraat staat in brand. Het vuur grijpt snel om zich heen en ontwikkelt zich tot een zeer grote brand.
De rook trekt over Heijplaat en is ook in andere delen van Rotterdam zichtbaar en ruikbaar. De brandweer kan vanwege het instortingsgevaar niet zomaar het gebouw in. Rondom de kerk worden twintig woningen ontruimd en ongeveer veertig bewoners tijdelijk opgevangen. Er wordt een NL-Alert verstuurd met het advies ramen en deuren gesloten te houden.
Dan gebeurt wat veel Heijplaters zich nog altijd herinneren: de torenspits stort in.
De brand is rond 03.00 uur onder controle. Er zijn geen gewonden gevallen. Maar de Julianakerk is vrijwel verloren. De volgende ochtend blijft een gehavend gebouw achter. De kerk, die sinds 1930 het straatbeeld van Heijplaat mede bepaalde, is veranderd in een ruïne.
Meer dan een gebouw
De Julianakerk was onderdeel van het ontstaan van Heijplaat. Het gebouw stond er sinds 1930 en vormde decennialang samen met de woningen van het tuindorp en de haveninstallaties een herkenbaar beeld.
Voor veel bewoners was de kerk bovendien verbonden met persoonlijke herinneringen. Het was een plek waar mensen samenkwamen en waar belangrijke momenten uit het leven plaatsvonden.
Juist daarom kwam de brand hard aan.
Maar terwijl voor veel Heijplaters de kerk vooral een herinnering werd, zag architect Nima Morkoç in de overgebleven resten uiteindelijk een mogelijkheid voor een nieuwe toekomst.
Een droom die letterlijk in rook opging
Morkoç had de kerk kort voor de brand gekocht. Zijn oorspronkelijke plan was om er met vrienden te wonen en werken. De brand maakte die droom in één klap onmogelijk.
Toch liet hij de plek niet los.
In de jaren na de brand werkte hij aan verschillende plannen. Meer dan twintig ontwerpen passeerden de revue voordat een haalbaar plan ontstond. De ruïne zelf werd daarbij het uitgangspunt. Niet alles opnieuw opbouwen, maar juist laten zien wat er was gebeurd.
Het resultaat kreeg de naam JUUL.
Vier woningen zouden verrijzen binnen de resten van de voormalige kerk. De historische muren bleven daarbij zoveel mogelijk onderdeel van het ontwerp. Eén woning werd zelfs gedeeltelijk in de bestaande kerktoren gebouwd.
Jaren van wachten
Dat klinkt eenvoudig, maar tussen idee en werkelijkheid zat een lange weg.
De ruïne bleef jarenlang onderdeel van het straatbeeld. Waar ooit kerkdiensten werden gehouden, stonden verweerde muren. De brand was allang uit, maar de gevolgen bleven zichtbaar.
Voorbijgangers zagen de plek veranderen van een verwoeste kerk in een bouwplaats. Oude stenen werden behouden. Nieuwe constructies verschenen tussen de resten. Langzaam werd duidelijk dat hier geen traditionele nieuwbouw zou komen.
De oude kerk zou niet worden nagebouwd.
Ze zou worden getransformeerd.

Een huis in een voormalige kerk
De vier woningen zijn grondgebonden woningen die in en rond de overgebleven contouren van het kerkgebouw zijn gerealiseerd. De woningen delen een tuin en maken gebruik van de bijzondere ruimte die ontstaat tussen de oude kerkmuren. Eén woning loopt door in de historische toren.
Daarmee is de geschiedenis letterlijk onderdeel van het dagelijks leven geworden.
Een oude kerkmuur is geen achtergronddecor meer, maar onderdeel van een woning. Een toren die ooit vanaf grote afstand herkenbaar was als kerktoren, maakt nu onderdeel uit van een huis.
Het contrast is groot.
Waar vroeger kerkbanken stonden, zijn nu woonkamers. Waar ooit kerkgangers naar de kansel keken, kijken nieuwe bewoners uit over hun eigen woonomgeving.
De toren krijgt opnieuw een spits
Ook de toren werd niet vergeten.
De oorspronkelijke houten spits ging tijdens de brand verloren. Bij de herontwikkeling werd gekozen voor een nieuwe, eigentijdse oplossing. De nieuwe stalen spits verwijst naar de vroegere vorm, maar krijgt uiteindelijk een heel ander karakter. De constructie moet met klimop begroeid raken, waardoor oud en nieuw opnieuw met elkaar worden verbonden.

De toren blijft daardoor een herkenningspunt.
Niet meer als kerk, maar wel als herinnering aan wat hier ooit stond.
En dan is er ineens het moment van oplevering
Na jaren van plannen, ontwerpen, bouwen en wachten komt in 2026 het moment waarop de bouwplaats langzaam verdwijnt.
De eerste woningen worden aan hun nieuwe bewoners overgedragen. In juli 2026 zijn drie van de vier woningen al overgedragen en de laatste woning volgt kort daarna. Daarmee komt een einde aan een proces dat bijna negen jaar eerder begon met een brand.
De nieuwe bewoners stappen niet zomaar een nieuwbouwwoning binnen.
Ze stappen een stukje Heijplaatse geschiedenis binnen.

De brand is niet verdwenen
Wie vandaag naar JUUL kijkt, ziet vooral woningen. Nieuwe gevels, nieuwe deuren, nieuwe tuinen. Het leven gaat er verder.
Maar wie beter kijkt, ziet de sporen van wat hier gebeurde.
De oude kerkmuren zijn gebleven. De toren staat er nog. Sommige elementen dragen nog letterlijk de herinnering aan de brand.

Dat maakt JUUL anders dan gewone nieuwbouw.
De geschiedenis is niet weggepoetst om ruimte te maken voor iets nieuws. Het verleden is juist gebruikt als fundament voor de toekomst.
Negen jaar later
Op de avond van 6 augustus 2017 was de toekomst van de Julianakerk onzeker. De torenspits stortte in, woningen werden ontruimd en een gebouw dat bijna negentig jaar onderdeel was geweest van Heijplaat werd grotendeels verwoest.
Negen jaar later klinkt er op dezelfde plek geen sirene meer.
Er wordt verhuisd.
Er worden dozen uitgepakt. Gordijnen opgehangen. Tuinen ingericht. De eerste bewoners maken van een plek die jarenlang vooral herinnerde aan verlies opnieuw een thuis.
De Julianakerk is niet teruggekomen.
Maar misschien is dat ook niet nodig.
De muren staan er nog. De toren staat er nog. En tussen die resten begint een nieuw verhaal.

Van kerk naar ruïne. Van ruïne naar bouwplaats. Van bouwplaats naar thuis.
Negen jaar na de brand is de plek niet vergeten.
Ze wordt opnieuw bewoond.



Geef een reactie