Een middag tussen wijkjournalisten, buurtverbinders en mensen die vrijwillig veel te veel werk op hun nek halen
Afgelopen donderdag stapte ik met een hoofd vol vragen in de bus en metro richting Rotterdam-West.
Niet voor een bewonersbijeenkomst. Niet voor een overleg over vergunningen, verkeersmaatregelen, woningbouwplannen of een van de duizend andere onderwerpen die de afgelopen veertien jaar op mijn bordje zijn beland dankzij Heijplaat Online.
Nee.
Ik ging naar een workshop over wijkkranten.
Alleen al die zin klinkt een beetje alsof ik vrijwillig een hobby heb gekozen die zelfs mijn vrienden niet helemaal begrijpen.
“Je doet dat toch allemaal alleen?”
Dat is waarschijnlijk de vraag die ik de afgelopen veertien jaar het vaakst heb gekregen. Het antwoord is nog steeds hetzelfde. Ja. En nee, dat is achteraf gezien misschien niet altijd mijn verstandigste levenskeuze geweest.
Wat ooit begon als een Facebookgroep om bewoners te informeren over een bezwaarprocedure groeide langzaam uit tot het digitale dorpsplein van Heijplaat. Een plek waar bewoners terechtkunnen voor nieuws, vergunningen, verkeerszaken, gemeentelijke plannen, evenementen, geschiedenis, foto’s, onderzoeken, omgevingsvergunningen en soms zelfs uitleg van documenten waarvan de gemiddelde Nederlander spontaan denkt: laat maar.
Inmiddels besteed ik er gemiddeld 25 tot 30 uur per week aan.
Wanneer ik dat hardop uitspreek, hoor ik meestal twee reacties. Of mensen kijken me bewonderend aan. Of ze vragen voorzichtig of ik misschien professionele hulp nodig heb.
Toch bleef er de laatste 1,5 jaar steeds dezelfde gedachte door mijn hoofd spoken.
Zou een papieren wijkkrant op Heijplaat eigenlijk weer mogelijk zijn?
Niet als vervanging van Heijplaat Online. Maar als aanvulling.
Iets tastbaars. Iets dat op de keukentafel ligt. Iets dat bewoners kunnen bewaren. Iets dat je buurman leest zonder Facebookaccount. Iets dat niet verdwijnt tussen kattenfilmpjes, advertenties en discussies over parkeerplaatsen.
Toen Opzoomer Mee de workshop ‘Wijkkrant 101. Een workshop wijkkrant starten in 010. Praktische tips van Bart Huijser & Het Ultieme Wijkkrant Boek’ organiseerde, wist ik dus meteen dat ik erbij wilde zijn.

Eerst een broodje, daarna de geschiedenis van bewonersactivisme
De workshop vond plaats bij Aktiegroep Het Oude Westen aan de Gaffelstraat.
Zoals het hoort bij een goede bijeenkomst begonnen we eerst met een gezamenlijke lunch. Dat bleek een uitstekende keuze. Want voordat het officiële programma überhaupt was begonnen, zaten mensen al enthousiast met elkaar te praten over hun wijk, bewonersinitiatieven en de uitdagingen waar ze tegenaan lopen.
En zoals altijd wanneer Rotterdammers bij elkaar zitten, bleek iedereen een mening te hebben.
Na de lunch vertelde Laura van Aktiegroep Het Oude Westen over de geschiedenis van de organisatie. Dat was veel interessanter dan ik vooraf had verwacht.
Ze vertelde hoe bewoners zich decennia geleden organiseerden om invloed uit te oefenen op ontwikkelingen in hun wijk. Hoe zij opkwamen voor leefbaarheid, inspraak en bewonersbelangen. En hoe de organisatie uiteindelijk terechtkwam op de huidige locatie.
Terwijl ik luisterde, realiseerde ik me hoe sterk bewonersorganisaties en wijkkranten eigenlijk op elkaar lijken. Allebei ontstaan ze omdat bewoners iets missen. Allebei proberen ze mensen bij elkaar te brengen. Allebei draaien ze op vrijwilligers. En allebei worden ze vaak overeind gehouden door mensen die op enig moment vergeten zijn hoe ze ooit aan hun vrije tijd kwamen.
Meer wijkkranten dan ik ooit had gedacht
Daarna was het woord aan Bart Huijser. Journalist. Onderzoeker. En maker van Wijkkrant Feyenoord.
Wat direct opviel was zijn bescheidenheid. Geen groot ego. Geen presentatie vol managementtaal. Geen communicatiestrategieën met ingewikkelde Engelse afkortingen. Gewoon iemand die open vertelde over wat hij geleerd had.
En misschien was dat juist de kracht van zijn verhaal.
Een van de eerste dingen die hij vertelde was dat Rotterdam meer dan dertig wijkkranten telt.
Dertig.
Dat verraste mij enorm. Want als je de landelijke media volgt, krijg je soms het idee dat papier al begraven is en alleen nog wacht op de begrafenis. Maar in Rotterdam blijken wijkkranten nog springlevend.
Sterker nog: uit onderzoek blijkt dat lokale media veel vertrouwen genieten.
Dat laatste verbaasde me eigenlijk niet. Op Heijplaat merk ik dagelijks dat bewoners behoefte hebben aan informatie die dichtbij huis speelt. Niet wat er aan de andere kant van het land gebeurt, maar wat er morgen in hun eigen straat verandert. Waarom een weg wordt afgesloten. Waarom er gebouwd wordt. Waarom een boom verdwijnt. Waarom een vergunning wordt verleend. En vooral: wat dat allemaal betekent.
Wat is een wijkkrant eigenlijk?
Een van de leukste onderdelen van de middag waren de stellingen. Deelnemers moesten door de zaal lopen en positie kiezen. Mee eens of mee oneens.
Dat leverde soms verrassende gesprekken op. Bijvoorbeeld over de vraag of positief nieuws te weinig aandacht krijgt. Of een wijkkrant bewoners moet helpen of alleen informeren. Of een wijkkrant eigenlijk meer een buurtprikbord is dan een echte krant.
Het mooie was dat niemand het overal over eens was. En juist daardoor ontstonden interessante gesprekken.
Bart vertelde dat uit zijn onderzoek eigenlijk twee typen wijkkranten naar voren komen: de wijkverbinders en de wijkjournalisten.
Ben ik een wijkjournalist of een wijkverbinder?
Dat vond ik misschien wel de meest moeilijke vraag van de middag.
Want waar hoor ik zelf eigenlijk thuis?
Ik begon ooit als iemand die bewoners wilde informeren. Maar gaandeweg werd Heijplaat Online ook een plek waar bewoners elkaar vinden. Waar verenigingen activiteiten aankondigen. Waar vrijwilligers zichtbaar worden. Waar mensen elkaar helpen.
Dat klinkt meer als een wijkverbinder.
Aan de andere kant besteed ik soms dagen aan het uitzoeken van vergunningen, beleidsstukken of ingewikkelde gemeentelijke besluiten. Dat klinkt dan weer meer als een journalist.
Misschien zit de waarheid ergens in het midden. Of misschien ben ik gewoon iemand die zichzelf al veertien jaar steeds meer werk bezorgt. Dat blijft ook een mogelijkheid.
Toen Heijplaat ineens onderwerp van gesprek werd
Tijdens de voorstelronde vertelde ik over Heijplaat. Over de geschiedenis van het dorp. Over de komst van nieuwbouw. Over de verschillen tussen oude en nieuwe bewoners. En over hoe informatievoorziening soms letterlijk kan bijdragen aan verbinding.
Tot mijn verrassing bleek dat veel deelnemers vergelijkbare verhalen hadden. Sterker nog: een deelnemer beschreef bijna exact de situatie die wij op Heijplaat kennen.
Een wijk waarin oude sociale huurwoningen plaatsmaakten voor nieuwbouw. Waar nieuwe bewoners kwamen wonen. Waar verschillende groepen elkaar soms moeilijk weten te vinden. Waar nog jaren later sprake is van een soort onzichtbare grens.
Dat was bijzonder om te horen. Want soms denken we dat onze situatie uniek is. Maar blijkbaar worstelen veel wijken met dezelfde vraagstukken.
Een wijkkrant als brug tussen mensen
Een van de mooiste inzichten van Bart vond ik zijn idee dat een wijkkrant bewoners letterlijk een kijkje achter elkaars voordeur geeft.
Dat klinkt simpel. Maar eigenlijk is het ontzettend krachtig.
Want hoeveel weten wij echt van elkaar?
Hoeveel weten nieuwe bewoners van de geschiedenis van Heijplaat? Hoeveel weten oude bewoners van de mensen die hier de afgelopen jaren zijn komen wonen? Hoeveel weten bewoners van vrijwilligers, ondernemers, mantelzorgers, verenigingen en buurtinitiatieven?
Vaak veel minder dan we denken.
Een wijkkrant kan dat zichtbaar maken. En juist daardoor verbinding creëren.
Een onverwacht pijnlijke spiegel
Er kwam ook een moment waarop ik mezelf hardop hoorde praten en dacht: misschien moet ik hierna toch eens een hobby zoeken die minder tijd kost.
Het gesprek ging over de hoeveelheid tijd die mensen investeren in hun wijkkrant. Sommige deelnemers noemden een paar uur per maand. Anderen een paar dagen per editie.
Toen vertelde ik dat ik gemiddeld 25 tot 30 uur per week besteed aan Heijplaat Online.
Het bleef even stil.
Dat was begrijpelijk. Want zelfs ik schrik soms als ik het hardop uitspreek.
Aan de andere kant realiseerde ik me dat bijna iedereen in die zaal dezelfde eigenschap had: een enorme betrokkenheid bij zijn of haar wijk.
Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom wijkkranten blijven bestaan. Niet omdat iemand er rijk van wordt. Maar omdat mensen het belangrijk vinden.
Een wijkkrant als tijdmachine
Een ander onderwerp dat veel indruk maakte, was het idee van de wijkkrant als historisch archief.
Bart vertelde dat oude wijkkranten soms terechtkomen in archieven. Daar worden ze later gebruikt om te onderzoeken hoe een wijk zich ontwikkelde.
Dat vond ik een prachtig idee. Want ineens besef je dat de kleine verhalen van vandaag later geschiedenis zijn.
Een bewonersactie. Een speeltuin. Een dorpsfeest. Een verkeersmaatregel. Een nieuw gebouw. Een afscheid van een vrijwilliger. Alles wat vandaag gewoon lijkt, vertelt later iets over de geschiedenis van een wijk.
Eigenlijk doen we dat op Heijplaat Online al veertien jaar. Dag na dag. Artikel na artikel.
Samen schrijven we de geschiedenis van het dorp.
En nu?
Aan het einde van de middag liep ik weer naar buiten. Met een hoofd vol ideeën. Over rubrieken. Over interviews. Over vormgeving. Over bezorging. Over financiering. En over de vraag hoe een papieren wijkkrant voor Heijplaat eruit zou kunnen zien.
Maar vooral met één belangrijke les.
Een wijkkrant hoeft niet perfect te zijn. Ze hoeft niet dik te zijn. Niet glanzend. Niet professioneel vormgegeven alsof ze uit een landelijke uitgeverij komt.
Ze moet vooral herkenbaar zijn.
Van bewoners. Voor bewoners. Over bewoners.
Wanneer er weer een papieren wijkkrant voor Heijplaat komt? Dat weet ik nog niet.
Maar één ding weet ik inmiddels wel. Na afgelopen donderdag is die behoefte om er weer één uit te gaan geven alleen maar sterker geworden.
En als ik na veertien jaar Heijplaat Online nog steeds niet geleerd heb hoe ik mezelf minder werk moet bezorgen, dan acht ik de kans aanzienlijk dat er vroeg of laat weer een stapel verse wijkkranten op een keukentafel in Heijplaat ligt.
Waarschijnlijk naast mijn laptop. Waarschijnlijk naast een kop thee. Waarschijnlijk naast een stapel vergunningen die ik eigenlijk eerst had moeten lezen.
En waarschijnlijk terwijl ik mezelf opnieuw hoor zeggen:
“Ach, hoeveel extra werk kan een fysieke wijkkrant nou helemaal zijn?”


Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.