Leestijd: 2 minuten
Door: Heijplaat Online
Laatste update: 7 november 2026, 11:17
Hoe ervaren inwoners van Heijplaat de vliegenoverlast in hun dagelijks leven? En in hoeverre komt die ervaring overeen met het aantal vliegen dat tijdens metingen wordt aangetroffen? Het nieuwe onderzoeksrapport van het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) geeft meer inzicht in deze vragen. Naast het tellen van vliegen is voor het eerst ook uitgebreid onderzocht hoe bewoners de overlast beleven.
Voor het belevingsonderzoek werden 753 vragenlijsten ingevuld, afkomstig van 86 verschillende adressen. De resultaten laten zien dat de vliegenoverlast voor veel deelnemers meer is dan een incidentele ergernis.
Overlast merkbaar in en om het huis
Gemiddeld gaf 68,2 procent van de ingevulde vragenlijsten aan dat bewoners op het betreffende meetmoment (heel) veel overlast ervaarden. Bij 38,5 procent van de reacties werd aangegeven dat er die dag meer dan twintig vliegen aanwezig waren.
De overlast beperkt zich bovendien niet tot de tuin of het balkon. In 82,5 procent van de reacties werd hinder binnenshuis of zowel binnen als buiten gemeld. Ruim zes op de tien reacties maakten melding van overlast door zowel kamervliegen als aas- en vleesvliegen.
De cijfers laten zien dat bewoners op verschillende plekken met de vliegen te maken krijgen. Dat kan invloed hebben op dagelijkse activiteiten, zoals het openzetten van ramen en deuren of buiten zitten.
Bewoners beschrijven de gevolgen
In 210 reacties maakten deelnemers gebruik van de mogelijkheid om hun ervaringen in eigen woorden toe te lichten. Daarin kwamen onder meer problemen met openstaande ramen en deuren, het buiten zitten en de beperkte werking van horren en vliegenvallen naar voren.
Ook de lange periode waarin de overlast speelt, werd genoemd. De opmerkingen geven daarmee een aanvullend beeld bij de meetresultaten: niet alleen hoeveel vliegen er worden aangetroffen, maar ook wat bewoners daarvan in hun dagelijks leven merken.
Verschillen binnen Heijplaat
De ervaren overlast is niet overal in de wijk hetzelfde. In het zuidelijke deel van Heijplaat werden relatief veel vliegen en een hogere mate van overlast gemeld. In de oostelijke en westelijke delen lagen de aantallen en de ervaren hinder lager.
Ook uit de vergelijking tussen de vangstgegevens en de vragenlijsten komt een verband naar voren. Wanneer tijdens de metingen meer vliegen werden gevangen, rapporteerden bewoners doorgaans ook meer overlast. Dat verband was vooral zichtbaar bij kamervliegen en aas- en vleesvliegen.
De samenhang is echter niet sterk genoeg om de ervaren overlast uitsluitend aan het aantal gevangen vliegen te koppelen. Persoonlijke ervaringen en andere omstandigheden spelen eveneens een rol.
Onderzoek geeft geen nieuw oordeel over de bron
Het KAD-onderzoek richtte zich op de aanwezigheid van vliegen en de ervaringen van bewoners. Het onderzoek stelt niet opnieuw vast waar de vliegen precies vandaan komen en geeft geen nieuw oordeel over de oorzaak van de overlast.
Eerdere onderzoeken wezen N+P aan als belangrijkste bron van de vliegenoverlast, met name van kamervliegen. De huidige rapportage bouwt daar niet met een nieuw brononderzoek op voort, maar brengt de meetgegevens en de beleving van bewoners nader met elkaar in verband.
Volledig onderzoeksrapport beschikbaar
Het rapport biedt een uitgebreider beeld van de meetresultaten, de ervaringen van bewoners en de verschillen tussen de meetperioden en delen van Heijplaat.
Het volledige onderzoeksrapport van het KAD is als pdf bij dit artikel gevoegd.


Geef een reactie